Jezus en het lijden van de armen 

Wie in de zomer van 2025 in Lille (Rijsel) was, liep ongetwijfeld langs de verrassende kathedraal Notre-Dame de la Treille. De kerk staat voor een intrigerend samengaan van neogotiek en moderne bouwkunst, waarbij het roosvenster van kunstenaar Ladislas Kijno en het portaal van beeldhouwer Georges Jeanclos in de moderne voorgevel in het oog springen. 

Binnen kon je in het moderne gedeelte van de kathedraal Pas de la Passion op je laten inwerken. Deze ‘Stappen van de Passie’ zijn schilderwerken van de Braziliaanse architect en schilder Sergio Ferro Pereira (1938). Ze maken deel uit van de collectie ‘Passie van Duinkerke’ die op initiatief van de Franse ingenieur Gilbert Delaine werd gemaakt en in de kathedraal zijn thuisbasis vond. Delaine zocht met de oprichting van een museum moderne kunst (geopend in1970, vernieuwd in 2005 onder de benaming LAAC) de morositeit in Noord-Frankrijk, veroorzaakt door onder meer de hoge werkloosheid, te doorbreken. Nadat hij een zware ziekte had overwonnen, vroeg hij aan meer dan 100 kunstenaars een werk te maken rond de Passie. Pas de la Passion van Ferro maakt er deel van uit. 

Op het bruin geschilderde en gescheurde doek van de negende statie of de derde val van Jezus onder het kruis intrigeert een rode vlek. Bij nader toezien blijkt de vlek het hart van Jezus te zijn. Voortaan draagt Jezus het kruis in zijn eigen lichaam – een krachtig fors gespierd lichaam in de stijl van Michelangelo, over wie Ferro veel heeft geschreven. We hebben zoals met de andere taferelen uit zijn reeks te maken met een gevoelig, vreemd en eigenaardig tafereel dat in een aangrijpende stijl is uitgewerkt. Een verstrengeling van elegantie en geweld, van klassiek en modern. Zoals bij zijn grootmeester Michelangelo raakt het ongrijpbare en raadselachtige van de bevlogen Ferro. De gedeeltelijke uitbeelding van Jezus’ lichaam en de verdwijning van andere lichaamsdelen in of achter het doek werkt bevreemdend. Het onafgewerkte lichaam van Jezus beroert en straalt een droefheid uit die zijn wortels vindt in zijn Braziliaanse ervaringen. Voor Ferro zijn de Pas de la Passion een allegorie van het lijden van zijn volk en de maatschappelijke problematiek in Brazilië. 

Met twee collega’s vormde Ferro in Sao Paulo een trio dat ‘Arquitetura Nova’ genoemd werd. Aan de Faculteit voor architectuur en urbanisme werkten ze een praktijkprogramma uit dat aansloot bij de sociale realiteit van de volkswijken nabij de universiteit. Het contrast tussen de miserie en het leed van een deel van de bevolking dat ongebreideld uitgebuit werd en de rationaliteit van urbanistische plannen zoals voor Brazilia (opgericht in 1960) was voor Ferro een schrijnende ervaring. Ferro maakte deel uit van de intellectuele en artistieke avant-garde en worstelde met de gespletenheid tussen de moderniteit en de schrijnende onderontwikkeling van massale delen van de bevolking. Met zijn collega’s werkte hij aan plannen voor sociale woningen en dacht hij na over zaken als de sociale rol van de architect en het kritisch doorlichten van de gebruikte materialen. 

Tijdens de militaire dictatuur (1964-1985) sloot hij zich aan bij de Communistische Partij die van geen gewapend verzet wilde weten om een socialistische revolutie te verwezenlijken. Zijn politiek activisme en links geïnspireerde ethiek deed hem voor een jaar in de cel belanden. Na zijn ontslag uit de gevangenis vestigde hij zich in Grenoble. Hij zal er aan de architectenschool ENSA (Ecole Nationale Supérieure d’Architecture) bezield en enthousiast honderden studenten opleiden. 

Ferro is ook sterk geïnspireerd door Leonardo Boff en zijn bevrijdingstheologie. Boff ziet in de Passie een allegorie van het lijden van de armen. Naast de aardkleur met wat witte en zwarte strepen beoogt de voorstelling van het naakte lichaam van Jezus deze ellende te vertolken. In de tentoonstelling deze zomer in de kathedraal van Lille werden ook de zwaar beproefde Palestijnen door Ferro opgenomen in de stoet van het volk der armen. 

Ferro koos een tekst van de symbolistische dichter Arthur Rimbaud, die treffend vertolkt hoe hij levenslang geblesseerd door het lijden van miljoenen mensen onafgebroken blijft streven naar een door het christendom gevoede ethische wereld. In het park van La Villeneuve in Grenoble werd in 1970-1983 het olympisch dorp in een groot urbanistisch ensemble gebouwd. Op de noordgevel van het gymnasium voerde Ferro in 1975 een fresco uit met een tekst van Arthur Rimbaud: 

'Quand irons-nous, par-delà les grèves et les monts, saluer la naissance du travail nouveau, la sagesse nouvelle, la fuite des tyrans et des démons, la fin de la superstition, adorer-les premiers! – Noël sur la terre! (Une saison en enfer, 1873)' 

'Wanneer zullen wij over de zandige oevers en de heuvels trekken om de geboorte van de nieuwe arbeid te begroeten, de nieuwe wijsheid, de vlucht van de tirannen en van de duivels, het einde van het bijgeloof, om te aanbidden – als eersten! – Kerst op aarde! (Een seizoen in de hel, 1873)' 

******* 

Sergio Ferro Pereira: Pas de la Passion, 1987, 146 x 114 cm, acrylverf en olie op doek. 

Sérgio Ferro (1938) is een Braziliaanse schilder, architect, historicus en professor. Hij woont sinds begin jaren zeventig in Frankrijk. Hij behaalde diploma's in architectuur, stedenbouw en semiotiek, met postdoctorale studies in museologie en stedelijke evolutie. Hij werd gevangen gezet door de militaire dictatuur en ging na zijn vrijlating in ballingschap naar Frankrijk. 

Christian Wittebroodt (1939) is voormalig voorzitter van het Museum voor Moderne Religieuze Kunst (Basiliek, Koekelberg), auteur van diverse publicaties over kunst en religie, waaronder Christus in de Franse schilderkunst van de twintigste eeuw (2001) en Zoeken naar zin. Religieuze en spirituele kunst van 1900 tot nu (2020). Hij was curator van verschillende tentoonstellingen rond religieuze en spirituele kunst.

VISIT AUTHOR PROFILE