Op televisie zien we tegenwoordig veel programma’s waarin een eerdere tijd centraal staat: de sixties, seventies, eighties... Het is grappig om te zien wat we toen heel normaal vonden. Want wat was dat anders, ook al is het maar tien jaar geleden. Je ziet dat we andere kleren aan hebben, dat de populaire muziek anders was, dat we andere kleuren en meubels in onze huizen hebben. Hebben we dat allemaal heel bewust veranderd? Nee, dat is voor de meesten van ons eigenlijk onbewust gegaan. De cultuur heeft invloed op ons en vaak hebben we dat zelf niet eens door. Hoe waardeer je dat vanuit het evangelie?

In zijn fantastische brief aan de christenen in de wereldstad Rome schrijft Paulus: “U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed is, volmaakt en hem welgevallig” (Romeinen 12: 2). Uit het hele verband blijkt dat je voor ‘wereld’ ook wel ‘cultuur’ kunt lezen. Betekent dit dat cultuur dan ‘fout’ is? Sommige christenen hebben die conclusie wel getrokken. ‘Gij geheel anders’, lezen zij met de NBG in Efeziërs 4:20. Wij moeten op de dingen van God gericht zijn en alles van deze wereld als aards, zondig, slecht afschrijven. Ik denk niet dat Paulus dit bedoelt . Het gaat erom dat we onze identiteit en prioriteiten niet door onze omgeving, maar door God laten bepalen. In dit artikel wil ik de vraag stellen wat ‘cultuur’ is en hoe christenen in hun cultuur moeten leven.

Het is een vergissing te denken dat de cultuur iets is dat buiten ons staat. Natuurlijk kun je wel over ‘de cultuur’ van Nederland of van Java spreken, maar je moet nooit vergeten dat die cultuur onlosmakelijk met mensen verbonden is. Niemand van ons is cultuurloos. Iedereen leeft in een cultuur. Uiteraard ook christenen. Niet-christenen herkennen dat misschien nog wel sneller dan christenen zelf. De tale Kanaäns, visjes en zelfs kleding. Overal waar mensen zijn, is cultuur. Cultuur is hoe wij dingen doen, schrijft oud-testamenticus en missioloog Stefan Paas in zijn boek ‘Jezus als Heer in een plat land’. Bewust of onbewust. “Een van de kenmerken van ‘cultuur’ is dat die meestal vanzelfsprekend is (geworden).”

Juist omdat iedereen van ons in een cultuur leeft, is het belangrijk je bewust te zijn van je cultuur, van ‘hoe je dingen doet’. Je doet wel zus, maar waarom eigenlijk? Kan het niet beter zo? Wij worden door cultuur gevormd. Tegelijkertijd: wij vormen cultuur. Cultuur is gevormd. Onze keuzes doen ertoe. Uit de bijbel blijkt dat God dat ook zo bedoeld heeft! Hij heeft ons zo gemaakt dat we in een cultuur opgroeien en bewegen. Maar daar houdt het ook niet bij op. We zijn geen speelbal van de cultuur, maar door God geroepen om zelf cultuur te vormen! De kerk van alle tijden heeft op grond van bijvoorbeeld Genesis 1 en 2 en Openbaring 20 en 21 gezegd dat menselijke cultuur ertoe doet. Al aan het begin van de bijbel blijkt dat God wat met cultuur wil. Cultuur begint niet pas na de zondeval met de trekker Jabal, de ambachtsman Tubal-Kaïn of de agressieve Lamech (Gen. 4:20-24), maar midden in de tuin van Eden (Genesis 2: 15-25). Wat kunnen we uit dat laatste bijbelgedeelte leren over cultuur en onze roeping in onze cultuur?

Zouden we niet moeten beginnen met de erkenning dat God zelf ons in ons leven en dus ook onze cultuur heeft geplaatst? Net zoals Hij Adam in de tuin heeft geplaatst om haar te bewerken en te beschermen? “God bracht de mens dus in de tuin”’… dat is bijzonder. God heeft Adam heel bewust in de tuin geplaatst.Wij leven weliswaar niet in het paradijs, maar ook wij zijn door God ergens geplaatst. David zingt in Psalm 139 dat God ons in de baarmoeder heeft geweven. Hij was erbij. Wij zijn hier niet toevallig, maar geplaatst. God plaatst ons in een omgeving om daar vervolgens wat mee te doen. Daarom konden Daniël en zijn vrienden ook aan het heidense hof werken en kon de profeet Jeremia aan de ballingen schrijven dat ze het beste voor de stad, dus voor de heidense cultuur waarin ze leefden moesten zoeken (Jeremia 29:7). Dat is ook in onze situatie zo. God verlangt van ons dat wij onze omgeving bewerken en beschermen. Dat is cultuurvorming! Of het nu het aanleggen van een moestuin, het werken aan nieuwe medicijnen, zorgen voor ouderen of bakken van brood is. God geeft ons een enorme vrijheid, maar verlangt er naar dat we daarin zijn wil zoeken. (Genesis 2:16-17) God wil niets liever dan dat het leven zich ontplooit. Daarom is het zo belangrijk dat wij het goede zoeken voor onze cultuur. Cultuur doet er toe!

Hieruit volgt dat we niet alleen door de cultuur gevormd worden, maar ook zelf geroepen zijn de cultuur te vormen. Dat blijkt duidelijk uit het vervolg van Genesis 2. Nadat God de dieren heeft gevormd, bracht Hij ze bij de mens “om te zien welke namen de mens ze zou geven” (vers 19). Let op de herhaalde beweging die in het woordje brengen zit: nadat God de mens in de tuin heeft gebracht, brengt hij de dieren voor de mens om te zien welke namen de mens gaat geven. Ik krijg de indruk dat God zelf benieuwd is met welke creativiteit de mens aan de slag zou gaan! Want dat namen geven is iets creatiefs. Hoe reageert de mens op de dieren, wat gaat hij ermee doen, hoe benoemt hij ze? Het kan zus, maar ook zo. Er is vrijheid. Ik geloof dat dit namen geven echt menselijk is. God heeft ons bedoeld om namen te geven, om te reageren op onze omgeving. Samen met het bebouwen en bewerken (vers 15) vertelt het benoemen (vers 19) wat cultuurvormen is. Christenen zijn geen cultuurmijders, maar willen cultuur vormen met het oog op Gods Koninkrijk.

Uit de manier waarop het verhaal verteld is, blijkt ook dat God een verborgen agenda heeft met zijn vraag aan de mens om de dieren te benoemen. Voordat Hij de dieren voor Adam bracht, zegt God iets opmerkelijks. Nadat in hoofdstuk 1 de woorden “En God zag dat het goed was” als een refrein hebben geklonken, staat in vers 18: “God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is.” Het is niet goed – een dissonant in de goede schepping! Wat gaat God dan doen? Gelijk Eva vormen? Nee. Voordat dat gebeurt, maakt God de dieren en bracht ze voor de mens om te zien hoe hij ze zou noemen. In dat proces van benoemen, van ontdekken, van cultuur-vormen ontdekt de mens dat hij alleen is en geen helper heeft. En dán brengt God hem in een diepe slaap en vormt uit de rib van de mens Eva. Hierin schuilt een diepe waarheid. In het cultuurvormen ontdekt de mens dat hij alleen is en leert hij zijn ogen te openen naar de ander. Als wij echt creatief willen leven, de natuur en cultuur willen bewerken en bewaren, cultuur willen vormen, zullen we ontdekken en erkennen dat we anderen als helpers nodig hebben. We hebben liefde nodig, een liefdespartner die we mogen ontdekken in onze echtgenoot en ten diepste in God zelf, die zichzelf op vele plaatsen in de bijbel ook onze helper noemt. God heeft het van meet af aan zo bedoeld dat mensen elkaar nodig hebben. Paulus schrijft in Efeziërs 3: 18-19 dat zijn gebed voor Gods volk is dat zij

Het is Gods opdracht en verlangen dat wij in onze omgeving – in het klein (gezin bijvoorbeeld) en het groot (politiek bijvoorbeeld) het goede voor onze omgeving zoeken. Dat betekent uiteraard niet dat we alles wat in onze cultuur aanwezig is omarmen, maar dat we ondanks het vele kapotte in onze cultuur haar niet opgeven. Net zoals Jeremia aan de ballingen schreef dat zij het beste voor Babel moeten zoeken, mogen wij verlangen naar de ontplooiing van onze omgeving, mogen we daarvoor bidden en zoeken naar nieuwe en creatieve manieren om onze omgeving te beïnvloeden. Net zoals God benieuwd was hoe Adam de dieren zou noemen, is Hij benieuwd hoe wij onze omgeving benoemen. Zien wij alleen het slechte, duistere, negatieve, of zien wij mogelijkheden om Gods bedoelingen met zijn schepping zichtbaar te maken? Jezus roept zijn volgelingen op om zoutend zout en lichtend licht te zijn (Matteüs 5:13-16). Het zout geeft smaak en is bederfwerend.

**********

Gepubliceerd in GROEI 10, 4, 2006

VISIT AUTHOR PROFILE