
Cornelis Engelbrechtsz: Roeping Matteüs
De kunstenaar verdeelt zijn afbeelding in twee ongelijke delen. Rechts krijgen we inzage in Matteüs’ tolhuis; links zien we Jezus buiten voor het venster staan in gezelschap van een handvol leerlingen. Op de achtergrond de rijke contouren van Jeruzalem. Prachtige vondst: de weidsheid van het landschap enerzijds en anderzijds de beslotenheid van het huis.
Meteen aan Jezus’ linkerhand, gekleed in een rood gewaad, menen we Johannes te herkennen. Achter hem zien we, in het blauw, Petrus, herkenbaar aan zijn rond geschoren haar en baard. De leerling aan de andere kant vlak achter Jezus met volle baard, zou Andreas kunnen zijn. Wellicht is dan de in het groen geklede leerling met capuchon, Jacobus. Zij waren de vier leerlingen die op dat moment zich reeds bij Jezus hadden aangesloten. Het ontgaat ons niet dat zij op blote voeten gaan: teken van het volgen van Jezus. Wie die vijfde leerling is daar helemaal op de achtergrond?
Jezus maakt een gebaar met zijn linker hand in de richting van Matteüs. Hij kijkt hem liefdevol aan. Geheel in overeenstemming met het verhaal. Dat vertelt: ‘Jezus richtte zijn blik op een tollenaar die daar zat. Hij zei tot hem: “Volg Mij!”’ Tollenaars stonden in een kwaad daglicht. ‘Tollenaar’ was zowat hetzelfde als ‘zondaar’. Ze bezondigden zich aan afpersing en graaicultuur, en wisten zich gedekt door de Romeinse bezetter. Tollenaars werden met de nek nog niet aangekeken. En daar vertelt het verhaal eenvoudigweg: ‘Jezus richtte zijn blik op een tollenaar…’ Dat dééd je niet. Hij wel. Eindelijk iemand die hem, Matteüs (of Levi), zag! Als ik het goed zie, kunnen we aan de leerlingen rond Jezus aflezen hoe zij reageren. Johannes kijkt omhoog, weg van het gebeurde. Petrus kijkt opzij. Jacobus heeft zijn ogen gegeneerd neergeslagen. Andreas kijkt over Jezus’ schouder toe. Wat drukt zijn houding uit?
Het verhaal vertelt zonder enige emotie: ‘De man stond op, liet alles achter en volgde Hem.’ Korter en nuchterder kan bijna niet. We zien inderdaad hoe Matteüs opstaat. Hij is al op leeftijd. Zijn mond is ingevallen, alsof hij geen tanden meer in zijn mond heeft. Of is dat een symbolische mededeling van de schilder? Moeten we Matteüs zien als een tandeloze tijger, van buiten geducht, maar in wezen ongevaarlijk? Hij is gehuld in een kostbare bontmantel. Op rijkdom wijst ook het feit dat hij twee mensen in dienst heeft. De tafel, bedekt met een statig groen kleed, de kast op de achtergrond met vazen, boeken: alles ademt welstand. Op tafel zien we een weegschaal en wat muntstukken. In de linkerhand heeft Matteüs nog een geldbuidel. Dat alles zal hij achterlaten om Jezus te volgen. Jezus weegt op tegen al die schatten! De liefde en genade die in zijn oogopslag en stemgeluid besloten liggen, raken aan een zielsverlangen bij Matteüs. Opnieuw beginnen.
De kunstenaar toont ons een hond onder Matteüs’ tafel: zinnebeeld van trouw en aanhankelijkheid. Helemaal links in de hoek, aan de voet van het poortgebouw, als ik het goed zie: een konijntje aan een touw. Het konijn is zinnebeeld van ongebreidelde begeerte. Wordt die hier aan banden gelegd en ingewisseld voor het aanhangen van Jezus?
Mijn blik valt nog eens op die geheimzinnig vijfde leerling. Zou dat Judas kunnen zijn, die straks de omgekeerde weg bewandelt? Hij zal Jezus inruilen voor dertig zilverlingen.
Het is een vondst van de schilder om Matteüs af te beelden op het moment dat hij aanstalten maakt om naar buiten te gaan. Alsof Jezus tegen hem heeft gezegd: ’Matteus, kom naar buiten!’ Zoals Hij dat ooit tegen de reeds gestorven en begraven Lazarus zal zeggen: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ Kijken we dus eigenlijk naar een opstandingsverhaal? Het verhaal zelf geeft ons die associatie in: ‘De man stond op...’
Kijkend naar de afbeelding vraag ik mij af of zich in mijn leven ooit een dergelijk opstandingsverhaal heeft voorgedaan. Of dat ik er wellicht nu naar verlang een nieuw leven te beginnen. En welke schatten ik dan zou moeten achterlaten.
Cornelis Engelbrechtsz, Roeping Matteüs, 1533, paneelschildering. Duitsland, Berlijn, Gemäldegalerie.
Bijbellezingen: Jesaja 57:14-19(21), Psalm 33:1-12/Psalm 50:7-15, Matteüs 9:9-10.
Met toestemming overgenomen van www.beeldmeditaties.nl.
Dries van den Akker s.j. (1945-2022) werd geboren op 3 april 1945 in Delft. Hij studeerde filosofie in Nijmegen en theologie in Amsterdam en Parijs. Hij ontving de priesterwijding in 1976 in Groningen. In 1977 studeerde hij af met een doctoraalscriptie over patristiek en catechese aan de KTHA in Amsterdam. In 1983 deed hij zijn laatste geloften. Lesgeven zat hem in het bloed. In 2020 verscheen zijn boek Ga anders denken over het Evangelie van Markus. Tot aan zijn overlijden was hij redacteur van webmagazine Ignis. Lees meer
%20(1).png)








